Het verleden in Salland

Tot 120 jaar geleden lag ten noorden van het dorp Raalte een gebied met woeste gronden. Deze woeste gronden bestonden voornamelijk uit dekzandruggen, afgewisseld met lagergelegen natte delen. Die lage delen vormden een beekdal met enkele stroompjes. De bodem was arm aan mineralen, een zogenaamd nat schraalland. Voor de boeren was dit land niet erg interessant: ze konden slechts één keer per jaar maaien en de opbrengst was laag. De diversiteit aan planten was echter zeer groot. Diverse orchideeën, zonnedauw, kartelbladen, ogentroost en parnassia gaven kleur aan het landschap. Dit soort weiden wordt blauwgrasland genoemd naar de kleur van de zegge soorten die er groeien. Door ontginning en verbeterde waterhuishouding konden deze lage gebieden voor de boeren toch enigszins aantrekkelijk worden: ze konden de gronden dan gebruiken als bouwland en weiland. Door het gebruik van kunstmest ging de opbrengst verder vooruit. Dat ging echter ten koste van de diversiteit aan flora en fauna.

de parnassia van binnen

Het Hoge Broek

de parnassia van binnen

Het Hoge Broek is van vroeger uit een nat schraalland, met de daarbij behorende kenmerkende flora. Maar het Hoge Broek biedt nog meer: er is een constante aanvoer van kwelwater, rijk aan kalk en ijzer. Dat maakt dit gebied nog spectaculairder. Ten noorden van het Hoge Broek liggen de Krieghuusbelten: hoge dekzandruggen. Het regenwater dat hier valt kan niet ver de bodem inzakken omdat op enkele meters diep een bijna ondoordringbare kleilaag ligt. Het water komt dan als kwel weer in het lagere gedeelte (het Hoge Broek) naar boven. De kalk en het ijzer bewerkstelligt zeer gunstige omstandigheden voor de groei van zeldzame planten. De aanwezige ijzerverbindingen kunnen in het niet-zuur milieu een belangrijk deel van de in het oppervlakte water opgeloste fosfaten binden en neerslaan. Hierdoor wordt dit gebied fosfaatarm, terwijl het relatief rijk aan “kalk” (carbonaten) blijft. Dit nu is het typische milieu van de soortrijke kalkmoerassen die vooral uit bepaalde kleine zegge soorten zijn opgebouwd. Zo’n gebied behoort in geheel Europa tot de juwelen van de botanische schatkamer, maar ook tot de zorgenkinderen van natuurbehoud.

Kans op herstel

Met de opkomst van de moderne landbouw bleek weer eens het nadeel van deze laaggelegen gronden voor de landbouw: de machines werden te zwaar voor dit land en de percelen waren te klein. Na een ruilverkaveling bleven deze gebieden dan ook braak liggen. Natuurmonumenten kreeg de kans deze grond aan te kopen. Daarom is het gebied is nu in goede handen. Dit biedt garantie dat hier de natuur optimaal ontwikkeld kan worden. Het Hoge Broek is een onderdeel van het Raalterveld. Het Raalterveld is in bezit van Natuurmonumenten en vormt samen met het Knapenveld en Raalterwoold een cluster van drie natuurgebieden aan de noordkant van Raalte. Het zijn natuurpareltjes in het overwegend agrarisch landschap.

De situatie nu

Na de aankoop van het Hoge Broek is Natuurmonumenten enkele jaren geleden begonnen de rijke bovenlaag van een aantal percelen af te graven. Dit beoogt een tweeledig doel: door het verwijderen van de bemeste bovenlaag komt een arme laag aan de oppervlakte en bovendien kunnen de planten nu weer met hun wortels tot in het (kwel)water reiken. Daardoor is de oorspronkelijke situatie terug: natte percelen grond, die bovendien arm zijn aan mineralen. Verdwenen planten komen weer terug. Er zijn al weer meer dan 100 soorten gevonden. Dit herstel is versneld doordat er maaisel van het nabijgelegen natuurterrein het Luttenbergerven opgebracht is. Maar niet alleen de flora bloeide op, ook paddenstoelen als het vuurzwammetje en het zwartwordende wasplaatje zijn waargenomen, evenals diverse soorten vlinders waaronder de kleine vuurvlinder, het icarus blauwtje en het groot avondrood.

Op weg naar een optimale situatie

In het natuurgebied ligt helaas nog als een wig een weiland dat de natuur verstoort: sloten, die het ongewenste water afvoeren worden in stand gehouden en bemesting zorgt voor ongewenste aanvoer van mineralen in het aangrenzend natuurgebied. Dit weiland kwam in 2015 te koop en is inmiddels door Natuurmonumenten aangekocht. Dat gebied (1,6 ha) moet nu nog afgegraven worden, zodat ook hier weer nieuwe natuur kan ontstaan. De natuur kan zich dan in het hele natuurgebied optimaal ontwikkelen en de pracht van de plantenwereld uit het verleden van het Hoge Broek kan weer aanschouwd worden. En dan hopen we dat diverse planten die nu nog niet verschenen zijn ook weer terugkomen waaronder het fraaie plantje parnassia. Maar het draait niet alleen om planten. Ook zeldzame vogels, insecten en paddenstoelen zullen hier weer ooit terugkomen. Zo krijgt Raalte er weer een nieuwe natuurparel erbij.

Het gebied in zijn geheel.

Natuurmonumenten heeft hier in totaal 29,68 hectares in bezit. Een gedeelte hiervan (6,85 hectares) ontwikkelt zich tot een nat schraalland (blauwgrasland). Dit gebied willen we uitbreiden. De rest, zuidelijker en iets hoger gelegen, is nog voedselrijk en wordt zodanig beheerd dat hier een grasland met een rijke flora en fauna ontstaat. Hiervoor moet verschraling plaatsvinden. Dit wordt gerealiseerd door een- of tweemaal per jaar te maaien en het maaisel af te voeren. Eventueel in combinatie met extensieve na-beweiding. Bovendien wordt gezorgd voor een geleidelijke overgang van droog naar vochtig hooiland. Dan kunnen er ruige overhoekjes, struweelvormende bessenstruiken en pitrusveldjes ontstaan met een tapijt van pinksterbloemen, ratelaars, echte koekoeksbloemen en dotterbloemen. En verspreid, de planten van een vochtig hooiland zoals addertong, bevertjes, grote pimpernel, gulden boterbloem, vrouwenmantel, verfbrem en zwartblauwe rapunzel. En met dagvlinders als argusvlinder, oranjetipje, groot dikkopje en kleine vuurvlinder.

Wensen voor de toekomst.

Natuurmonumenten bezit nu een smalle strook tussen de Krieghuusweg en de Hogebroeksweg. Daar liggen echter nog diverse percelen die zich uitstekend lenen om te ontwikkelen tot nieuwe natuur: natuur zoals het landschap in het verleden eruitzag. Dat is echter lange termijn werk. Maar we hopen dat iedereen weer eens in het prachtig boerenlandschap van vroeger kan ronddwalen.