De Parnassia

de parnassia van binnen

De parnassia is als icoom voor deze actie gekozen. Omdat de parnassia in het nat schraalland thuis hoort en een bijzonder fraai plantje is. De parnassia kwam vroeger massaal voor in Salland, maar is hieruit verdwenen. Wel is het onlangs met succes teruggebracht in het Westerveldse Bos aan de noordkant van Zwolle. De parnassia komt voor in vochtige kalkrijke duinvalleien, trilven en bepaalde schraallanden en venige of lemige plekken in heide. Het is dus zeer wel mogelijk dat de parnassia zich in het herstelde Hoge Broek zich zal vestigen. Omdat het bijna niet mogelijk is dat het zaad van de parnassia spontaan komt aanwaaien (de dichtstbijzijnde groeiplaatsen liggen te ver weg en de levensduur is korter dan een jaar) zal er een handje geholpen moeten worden. Waarschijnlijk zal maaisel uit een natuurgebied in Twente waar de parnassia wel nog voorkomt hier uitgespreid worden. De beroemde bioloog Victor Westhof aan het woord: “Parnassia, het “studentenroosje” is een van onze mooiste wilde planten met voorname, sierlijke, albastkleurige groen geaderde bloemen waarin gewimperde staminodiën (onvruchtbare meeldraden) liggen als gouden kroontjes” In Duitsland wordt de plant “Studentenröschen” genoemd omdat de plant vanaf augustus tot in september kan bloeien: in die tijd starten de colleges aan de universiteiten weer. Latijnse naam: Parnassia palustris. Parnassia is genoemd naar de berg Parnassus, het verblijf van gratie en schoonheid, waar deze plant ontstaan zou zijn en het eerst gebloeid zou hebben. Parnassus is een gebergte op het Griekse eiland Phocis en heet nu Liakura en is 2460 m hoog. Palustris betekent “van het moeras”.

de parnassia van binnen

bijzonderheden

Parnassiabloemen zijn niet alleen mooi maar ook om zowel hun bouw als om hun bestuivingwijze bijzonder. Qua bouw lijken de bloemen regelmatig vijftallig, maar de kelkbladen zijn iets ongelijk van grootte. De kroonbladen zijn wit met bleke, geelgroene, doorschijnende aderen. Recht voor elk kroonblad staat een staminodium: een onvruchtbare, vervormde meeldraad. De staminodia van Parnassia zijn kenmerkend van vorm: als handjes met vingers die elk in een glanzend knopje eindigen. Tussen de staminodia staan de echte meeldraden, die stevig en wit zijn. Voor de voortplanting maakt Panassia gebruik van kruisbestuiving: bestuiving van de stampers door het stuifmeel afkomstig van een andere plant van dezelfde soort. Insecten, en dan vooral vliegen, komen af op de veelbelovende glanzende knopjes van de staminodia, maar die scheiden geen nectar af; alleen aan de voet van de staminodia is wat nectar te vinden. Wanneer ze aanvliegen, landen de insecten in het midden van de bloem. Daar stelt zich per dag maar één meeldraad op. Zodra de hemknop van de meeldraad zijn stuifmeel aan de insecten is kwijtgeraakt, valt hij af en de hemdraad buigt zich naar buiten. De volgende dagen komen de andere vier meeldraden aan de beurt in een vaste volgorde. Pas wanneer al het stuifmeel uit de bloem weg is, wordt de stamper ontvankelijk voor bestuiving door omringende parnassia bloemen.